Rechtbank 's-Gravenhage 23 december 2011 (opsporing via Google Earth), LJN BU9409
Voor zover voor internetrecht van belang: Welke betekenis heeft het bepaalde in artikel 2 Politiewet in de digitale wereld? Vooropgesteld zij dat het via Google Earth inzoomen op een of meer plaatsen niet kan worden aangemerkt als het gebruik van bijzondere technische opsporingsmiddelen, nu iedere burger bij het gebruik van het internet, zulks kan doen. In de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel computercriminaliteit II heeft de Minister van Justitie in dit verband naar voren gebracht dat een opsporingsambtenaar op grond van artikel 2 van de Politiewet 1993 'als ieder ander kan rondkijken in de digitale wereld en kennis kan nemen van de voor een ieder raadpleegbare informatie. (...) Zoals de politie, al dan niet in burger, op straat mag surveilleren en rondkijken, zo mag een rechercheur vanachter zijn computer hetzelfde doen op internet. Een uitdrukkelijke wettelijke grondslag is daarvoor niet nodig'. Daarbij wordt opgemerkt dat deze bevoegdheid om rond te kijken op een openbaar netwerk niet de bevoegdheid impliceert om stelselmatig voor de uitoefening van de politietaak gegevens van internet te downloaden en in een politieregister op te slaan. In deze zaak heeft de verbalisante via Google Earth, zijnde een voor iedereen op internet raadpleegbare informatiebron, ingezoomd op de tuin van verdachte, hetgeen een momentopname in de vorm van een fotoafdruk van deze tuin heeft opgeleverd die aan het dossier is toegevoegd. De rechtbank is van oordeel dat niet meer dan een beperkte inbreuk is gemaakt op het recht op de privacy van verdachte, zodat artikel 2 Politiewet 1993 in dit geval een toereikende wettelijke grondslag bood om via Google Earth vast te stellen, of de desbetreffende stoelen zich inderdaad bevonden op het privéadres van verdachte.